Vakantie is dé tijd om grenzen te verleggen. Letterlijk en figuurlijk. Wij doen dat graag, soms verder dan we vooraf van plan waren.
In Parc Astérix zitten we twee aan twee in Toutatis, de snelste en hoogste achtbaan van het land. 110 kilometer per uur, drie keer over de kop en een val van 51 meter. Zodra we worden gelanceerd, voel je de kracht in elke vezel van je lijf. De wind trekt aan je wangen, je hoort alleen gegil en metaal dat over de rails giert. Na afloop besluiten Renske en ik dat één rit genoeg was. De kinderen gaan nog een keer. Zonder twijfel. Wij kijken toe met een café Americano in de hand, nagenietend van de adrenalinekick die langzaam wegebt.
Een paar dagen later verleggen we de grens opnieuw. In een klimpark hangen we tussen de bomen, ziplines, touwbruggen en platforms. De geur van dennennaalden, het ritselen van bladeren en ergens in de verte iemand die juicht — of is het een angstkreet? De kinderen vliegen moeiteloos vooruit, terwijl ik nog een laatste knoop controleer. En dan dat platform van 24 meter hoog – officieel heet het een freejump of vrije val. Je stapt letterlijk het niets in. Eén seconde doodsangst, daarna pure euforie. Beneden kijken we elkaar aan met dat trotse “we hebben het gedaan”-hoofd. We doen het allemaal, want ja: grenzen verleggen doen we samen.
In een ander Frans pretpark, Nigloland, doen we er nog een schepje bovenop. De Donjon de l’Extrême is een toren van honderd meter hoog, de hoogste draaiende vrijevaltoren ter wereld. Terwijl we langzaam omhoog draaien, lijkt het allemaal nog mee te vallen. De zon schittert op de metalen constructie, het landschap wordt steeds kleiner. Even is er alleen stilte — en dan dat plotselinge loslaten. In drie seconden raas je naar beneden, de wind giert langs je oren. Als we uitstappen, heb ik even een stoeltje, een glaasje water en een croissantje nodig om bij te komen. De kinderen stuiteren alweer richting de volgende attractie, alsof er niets gebeurd is.
De spannendste grensverlegging heeft Renske tot onze laatste vakantiedag bewaard. Ze bestelt escargots – vrij onverwacht, ook voor onze durfals. Slakken dus. De kinderen halen diep adem. Dan proberen ze het. En eerlijk is eerlijk: het is niet eens écht vies. De knoflookboter helpt ook een beetje. We lachen, proosten en zijn het roerend eens: grenzen verleggen hoeft niet altijd met een gordel om of een veiligheidshelm op. Soms ligt de grootste uitdaging gewoon op je bord.
